Voorgeslacht

Het voorgeslacht (in de mannelijke lijn) is hier beschreven. De burgerlijke stand is in 1811 ingevoerd. De ‘harde’ data komen uit de akten van huwelijk en overlijden, waarbij dankbaar gebruik is gemaakt van het digitale archief van familysearch.org en ecal.nu.
Onze voorvaderen kwamen uit de regio Gendringen. Door de grote brand op 19 mei 1830 is de kerk en daarmee veel archiefmateriaal (o.a. de doop- en trouwboeken) verloren gegaan.
Een eerste ’tastbare’ registratie is die van voorvader Garrit Jan:

Stamvader

Gerrit (ook wel als Garrit geschreven) Jan Rutgers (geschreven als Rötgers) is onze stamvader. Hij was getrouwd met Aaltjen Bouwmeester (ook als Boumeister geschreven). Ze woonden op het Meulenveld.
Op basis van de doopboeken van de Nederlands Hervormde Kerk te Varsseveld is de volgende informatie verzameld over hun kinderen:

  1. Kunne, gedoopt op 11-05-1749. Overleden in Varsseveld op 26-09-1781.
  2. Derk Jan, gedoopt op 12-11-1752.
  3. Johanna, gedoopt op 13-02-1757.
  4. Evert Jan, gedoopt op 07-06-1761.

Aaltjen Bouwmeester overlijdt waarschijnlijk op 22-03-1799. Ze wordt niet met name genoemd (vrouw van Gerrit Jan Rutgers). Het is aannemelijk dat zij eerder is overleden dan Gerrit Jan, want in zijn vermelding van overlijden op 03-06-1808 wordt hij nader aangeduid als weduwnaar van Aaltjen Bouwmeester.
Een doodgraver moest tenminste 24 uur voor het begraven een zgn. permissiebiljet hebben ontvangen. Dat had hij nodig om tijdig het graf te kunnen openen en op diepte te brengen. Verder moest hij dit elk jaar voor de eerste februari overleggen aan het plaatselijk bestuur. Het permissiebiljet van Gerrit Jan is bewaard gebleven.

Permissie Billet Garrit Jan Rutgers